De pen van Henri – Column #2

849

Top of flop

Zo lang ik de draverijen bezoek wordt er gediscussieerd over de kwaliteiten van de pikeurs. Hoe vaak hoor je niet “als er achter dat paard eens een goede rijder zou zitten”. Tijd dus om op zoek te gaan naar het verschil tussen ‘gouden handen en houten klauwen’.

De directe aanleiding voor deze bespiegeling is het bericht dat Bjorn Goop na de tweede plaats in de Prix de France niet langer de vaste stuurman van het fenomeen Face Time Bourbon is. Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik het las. Amper twee weken na de tweede Prix d’Amerique overwinning met Face Time Bourbon wordt Bjorn Goop bij het grofvuil gezet. Goop en Face Time werden geklopt in de Prix de France en dat was al de vijfde keer uit 29 starts dat Face Time genoegen moest nemen met een tweede plaats.

Verschuilen

Eigenaar Antonio Somma van Scuderia Bivans wees Bjorn Goop alle vijf keren als schuldige aan en oordeelde dat het zo niet langer kon. Als hij een man met ballen was geweest, dan had hij zelf een vervangende rijder aangewezen, maar die beslissing liet hij over aan trainer Sebastien Guarato. Die mocht van Somma uit vijf namen kiezen. Matthieu Abrivard, Gabriele Gelormini, Franck Nivard, Yoann Lebourgeois en Eric Raffin stonden op het lijstje.

Guarato koos voor Eric Raffin die in het begin van Face Time zijn carrière de crack tweemaal reed en beide keren won. Ik heb te doen met Bjorn Goop, die op een verschrikkelijke wijze te kijk wordt gezet. Ik bewonder hem zeer als rijder. De Zweed is zowel in zijn vaderland als in Frankrijk succesvol. In het verleden was hij een van de rijders die grote successen boekte met Timoko van onze landgenoten Richard Westerink, Jan Offenberg en Paul van Klaveren. Bjorn won met Timoko de Ellitloppet in 2014 en 2017. Zeker in de finale van 2017 was dat mede het gevolg van Goop zijn vakmanschap. Voor de beoordeling van een pikeur kun je naar de cijfers kijken. Bjorn reed Face Time Bourbon 29 keer, zat daarbij in wedstrijd verband 79 minuten en 30 seconden op de sulky en legde 66,55 kilometer af. Goop reed een bedrag van € 2.647.540 bijeen. Cijfermatig betekent dat per start een opbrengst van € 91.294, per kilometer € 39.783 en per minuut € 33.302. Rapportcijfers waar je mee thuis kunt komen behalve bij het aangebrande Italiaantje Somma. Nu zijn cijfers niet altijd doorslaggevend voor iemand zijn rijderskwaliteiten.

De Nederlanders

In ons land heb ik de afgelopen vijftig jaar vier pikeurs meegemaakt die jaren achtereen landskampioen werden. Maakt hun dat altijd de beste rijder? Volgens mij is enige nuance op zijn plaats. De eind vorig jaar overleden Jan Wagenaar werd elf keer landskampioen. Hij was een man die altijd wilde winnen, maar ook iemand die beheerst een paard in het rond kon brengen. Hij maakte bij mij altijd de indruk dat hij met zijn vak bezig was en wist wat hij deed. Daarna brak het tijdperk Tjitse Smeding aan. Hij werd negen keer kampioen en over zijn rijderskwaliteiten is veelvuldig gediscussieerd. Ik vond Tjitse een ‘rechttoe rechtaan rijder’ die zijn paarden zo goed trainde dat die hem via de kortste weg naar de finish brachten. Dat leverde op Duindigt trouwens nog wel eens problemen op. Tjitse gaf dan vanuit de laatste bocht zoals gewoonlijk ‘gas’ en soms was de weg naar de finish net even te lang. Gerard van Eykelenborg wist hem met een goed getimed eindschot vaak te achterhalen. Ik vond Gerard een toprijder, maar doordat hij nooit een grote stal had kwam hij nooit in de buurt van een kampioenschap. Na Smeding kregen we het tijdperk Hugo Langeweg senior die elf titels binnensleepte. Een winnaar pur sang, met op dagen dat het tegenzat het nodige temperament. Senior relativeerde de rol van een pikeur trouwens ook. Toen hij ooit meerdere paarden in de Derby had vroeg ik hem waar hij goede rijders vandaan dacht te halen. Het antwoord was simpel: “Het is veel moeilijker om een goed paard voor de Derby te vinden dan een rijder”. Waar ik hem sterk in vond, was het positie kiezen na de start.

Je hebt rijders die na 500m koers regelmatig op de verkeerde plek zitten. Zo niet senior, die had vaak de goede rug of zelf de kop. Het is denk ik geen toeval dat zowel Jan Wagenaar als Hugo Langeweg senior beide Europees Kampioen bij de pikeurs zijn geworden. Hugo Langeweg junior volgde zijn vader op. Hij werd negen keer landskampioen en Europees Kampioen bij de leerlingen. Een goede rijder en bijna net zo goed als ‘de ouwe’. Inmiddels is Rick Ebbinge al zeven keer onze kampioen. Een bekwame rijder met als extra kwaliteit dat hij in iedere koers zijn tegenstanders kent. Het is geen toeval dat hij al wereldkampioen is geworden. In deze column moet ook Hennie Grift genoemd worden. Hij is met 3.500 zeges immers de meest winnende Nederlandse pikeur ooit. Frappant is dat Hennie zichzelf een betere trainer dan rijder vond. Hij kon natuurlijk wel een paard sturen, want anders win je er geen 3.500. Toen Hennie naar Italië ging schakelde hij al spoedig toppikeur Roberto Andreghetti in. “Er zijn mensen die dat rijden beter kunnen dan ik” vertelde hij me wel eens. Tot slot geef ik wat kreten die door mijn hoofd schieten als ik aan top- en floppikeurs denk. Misschien kan iemand ze voor Antonio vertalen zodat hij Goop langs het meetlatje kan leggen.

Top

  1. Geeft geen onnodige meters aan de start cadeau
  2. Gaat volgens plan A op weg, maar schakelt over naar plan B als het koersverloop dat vraagt
  3. Kent zijn tegenstander en verschiet geen kruit tegen kansloze aanvallers
  4. Verliest nooit haar/zijn zelfbeheersing hoe hoog de eerste prijs ook is
  5. Voelt aan wanneer haar/zijn paard echt niet kan winnen

Flop

  1. Is nooit ver weg als er koersincident is
  2. Gaat aanvallend rijden als zij/hij de kleuren van een minder populaire collega ziet opduiken
  3. Zit na 500m koers vaak op de verkeerde plaats
  4. Voelt niet aan dat haar/zijn paard tegen de fout aan zit
  5. Vraagt na afloop aan de verslaggever wie de concurrentie voor de sulky had

 

Henri van Voorn