De Nederlandse drafsport heeft afscheid moeten nemen van een van haar markantste persoonlijkheden. Op dinsdag 3 november 2026 overleed Manus Bouwhuis op 85-jarige leeftijd. Een kampioen op de sulky, een vertrouwd gezicht op de kortebaan en bovenal een man die bijna zestig jaar van zijn leven aan de drafsport verbonden was. Met zijn overlijden verdwijnt opnieuw een stukje levende geschiedenis van de Nederlandse drafsport.
Een kampioen uit een andere tijd
Wie Manus Bouwhuis de afgelopen twintig jaar op de kortebaan tegenkwam, kende hem vooral als de goedlachse man die op het stalterrein alles in goede banen leidde. Altijd aanwezig, altijd betrokken en zelden om woorden verlegen. Maar achter die vertrouwde verschijning ging een indrukwekkende carrière schuil. Bouwhuis behoorde in zijn beste jaren tot de absolute top van de Nederlandse pikeurs.
Hij leerde het vak bij Jan van Leeuwen, werkte vervolgens bij Jan Wagenaar senior en groeide uit tot een van de succesvolste trainers en rijders van zijn generatie. Zijn erelijst spreekt boekdelen. Met 1.650 overwinningen op de Nederlandse langebaan en nog eens 80 zeges op de kortebaan. In 1978 en 1979 werd hij kampioen bij de pikeurs op de langebaan. In 1992 en 1993 volgden twee kampioenschappen op de kortebaan.
Het zijn cijfers die niet alleen getuigen van klasse, maar vooral van een leven dat vrijwel volledig in het teken stond van paarden en koersen.

Bijna 1.300 keer in de krant
Wie in de digitale krantenbibliotheek Delpher zoekt op de naam Manus Bouwhuis, krijgt bijna 1.300 zoekresultaten voorgeschoteld. Een indrukwekkende verzameling koersverslagen, uitslagen en krantenberichten waarin zijn naam door de jaren heen voorbijtrekt. Het zegt misschien wel alles over de betekenis die Manus Bouwhuis voor de Nederlandse drafsport heeft gehad. Maar het vertelt ook iets over de tijd waarin hij zijn grootste successen vierde.
Het waren de jaren waarin de grote namen, gezeten op hun sulky, hun viervoeters over de baan stuurden. Aangemoedigd door enthousiaste toeschouwers, op jacht naar de overwinning, de eer en een plaats in de geschiedenis van de drafsport. Manus Bouwhuis was een van die grote namen. En die bijna 1.300 zoekresultaten in de krantenarchieven vormen een stille getuigenis van een carrière die zich niet alleen op de renbanen afspeelde, maar ook decennialang de sportpagina’s wist te vullen.
De onverzettelijkheid van Manus
Zijn loopbaan kende ook een dramatische wending. Bij een ongeval met een paard op stal liep Bouwhuis ernstig letsel op aan drie vingers, die werden verbrijzeld. Meerdere operaties volgden, maar zijn hand zou nooit meer volledig herstellen. Voor een man die zijn leven lang de leidsels in handen had gehad, leek daarmee een definitief einde aan zijn actieve carrière gekomen.
Maar Manus Bouwhuis gaf zich niet zomaar gewonnen. Ondanks zijn zware handblessure vocht hij zich terug. In Lisse wist hij met Kelly Dragon nog eenmaal een kortebaan te winnen. Een overwinning die misschien wel meer vertelde over zijn karakter dan al die honderden zeges daarvoor.
Het gezicht van de kortebaan
Toen Bouwhuis in 2002 de rol van stalcoördinator overnam van Jan de Leeuw, begon een nieuw hoofdstuk. Niet langer als de man die de paarden naar de overwinning stuurde, maar als degene die ervoor zorgde dat anderen hun wedstrijden konden rijden. Twintig jaar lang was hij een onmisbare schakel op de kortebanen. Hij regelde de nummerdekjes, verzorgde de praktische organisatie en zorgde ervoor dat paarden en pikeurs op tijd aan de start verschenen.
Het was werk achter de schermen, maar voor iedereen die de kortebaan een warm hart toedraagt, was Manus een van de bekendste gezichten van de sport. En misschien was dat wel zijn grootste verdienste. Want waar kampioenschappen en overwinningen uiteindelijk geschiedenis worden, bleef Bouwhuis zelf gewoon aanwezig. Tussen de paarden, de trainers en de pikeurs. Op de plek waar hij zich thuis voelde.
Een laatste ereronde, bijna zestig jaar later
In 2021 kwam het moment waarop ook Manus moest erkennen dat de jaren begonnen te tellen. Op tachtigjarige leeftijd nam hij afscheid van zijn vertrouwde stalterrein. Dat gebeurde op een plek die een bijzondere betekenis had in zijn lange carrière: de kortebaan van ’t Zand. Het was daar waar de jonge Bouwhuis in 1963 voor het eerst in de prijzen reed. Twee jaar later, in 1965, volgde zijn eerste overwinning. Uiteindelijk zou hij in ’t Zand zesmaal weten te winnen, voor het laatst in 1993.
Bijna zestig jaar na zijn eerste succes keerde hij er nog eenmaal terug op de sulky. Niet om te winnen, maar om afscheid te nemen. Aad Pools nam hem mee op de duosulky voor een laatste ereronde. Langs de baan klonk een ovationeel applaus. Het moet een bijzonder moment zijn geweest. De man die ooit zelf de leidsels vasthield en zoveel overwinningen had gevierd, liet zich nu voor de laatste keer rondrijden over een baan waar zijn geschiedenis ooit begon.
Een naam die blijft
Met het overlijden van Manus Bouwhuis verliest de Nederlandse drafsport opnieuw een vertegenwoordiger van een bijzondere generatie. Een generatie waarin de sport voor velen niet zomaar een beroep was, maar een manier van leven. De paarden, de races, de onderlinge rivaliteit en het kameraadschap vormden samen een wereld waaraan Bouwhuis bijna zestig jaar lang zijn bijdrage leverde.
Zijn naam blijft verbonden aan grote kampioenschappen, aan honderden overwinningen en aan de historie van de Nederlandse drafsport. En ergens, diep verscholen in de vergeelde krantenpagina’s van weleer, leeft die geschiedenis voort. In de koersverslagen, de uitslagen en de verhalen over een pikeur die ooit tot de besten van zijn generatie behoorde.
Maar misschien zullen velen hem vooral herinneren zoals hij de laatste twintig jaar was. Manus, de man op het stalterrein. Met zijn kenmerkende lach, zijn enorme ervaring en zijn onvoorwaardelijke liefde voor de sport.



